Ten Have Advies
onteigening, planschade, erfpacht en taxaties o.g.
Taxaties
Gangbare methoden voor waardebepaling bij onteigeningsgrondslag
Comparatieve methode
Bij de comparatieve methode wordt een parallel getrokken met de koop- of gronduitgifteprijzen die gehanteerd worden in direct omliggende of anderszins vergelijkbare gemeenten. Voor de (toekomstige) waarde dient rekening te worden gehouden met specifieke (plaatselijke) omstandigheden, zoals de ligging ten opzichte van (snel)wegen, de grootte van percelen, de bouw- en gebruiksmogelijkheden, het uitgiftetempo, de bestaande voorraad aan percelen, het aanbod van uit te geven percelen en het algemene voorzieningenniveau.
Vergelijkingsobjecten komen veelal uit kadastrale recherche of raadpleging van de registers van de kring van makelaars o.g.
Residuele grondwaardemethode
De residuele grondwaardemethode is een top down benadering, waarbij de gronduitgifteprijs het residu is dat overblijft nadat van de bruto opbrengsten van de onroerende zaken (geraamd op basis van de verkoopprijs VON) de totale productiekosten (stichtings- en verkoopkosten) zijn afgetrokken. Bij het bepalen van de opbrengsten kunnen prijsgegevens van bestaande onroerende zaken een indicatie vormen voor de raming van de opbrengsten. Deze methode is bij voorrang geschikt om een indicatie van de grondwaarde te geven.
Dat betekent dat een stijging van de verkoopprijs van bestaande woningen zal doorwerken in de grondprijs.
- Methode grondprijsberekening volgens de Onteigeningswet
Iedere methode van waardebepaling is in beginsel toegelaten. Een globale exploitatierekening opstellen is geen vereiste.
- Differentiatie waardebegrippen bij onteigening
Voor de waardebepaling op grond van de Onteigeningswet is onder meer van belang, naast de toekomstige bestemming, hoeveel tijd gelegen is tussen de aankoop en de realisatie van de planontwikkeling. In deze periode gaat de renteteller over de reeds betaalde aankoopprijs door, en deze rentelast moet worden verdisconteerd in de planexploitatie.
Vaak is niet voorspelbaar op het moment dat over de aankoopprijs wordt onderhandeld, hoelang de planontwikkeling en de uiteindelijke verkoop van de gerealiseerde planontwikkeling aan de consument zal gaan duren. Die onduidelijkheid over het tijdsverloop geeft onder taxateurs/aankopers en planeconomen discussie.
1. Warm gelegen grond / verwachtingswaarde
Voortschrijdende dorps- of stadsuitbreiding in de richting van agrarisch geëxploiteerde gronden kan leiden tot een verwachtingswaarde, die niet gebaseerd is op een beoogde wijziging van het bestemmingsplan. Wanneer projectontwikkelaars deze gronden speculatief gaan kopen, kan - afhankelijk van de aankoopvoorwaarden - sprake zijn van een aantrekkende ‘marktprijs’ die hoger is dan het bestaande gebruik rechtvaardigt en hoger is in vergelijking met niet in de ‘verwachtingssfeer’ van stadsuitbreiding gelegen vergelijkbare agrarische gronden.
2. Ruwe bouwgrond
Van ruwe bouwgrond is sprake zodra een bestemmingsplan (binnenkort) de mogelijkheid biedt tot bouwplanontwikkeling.
Bij ruwe bouwgrond moet veelal nog rekening gehouden worden met de kosten die aan de overheid betaald moeten worden voor het realiseren van de planontwikkeling. Dat gaat dan om baatbelasting, aanlegkosten infrastructuur en bovenwijkse voorzieningen, bijdragen parkeren, onrendabele plankosten etc.
3. Bouwrijpe grond
Indien grond binnen de planontwikkeling aangemerkt kan worden als reeds gereed bouwterrein, waarvoor een bouwvergunning niet geweigerd had kunnen worden – zodat er in feite niets verandert – kan sprake zijn van bouwrijpe grond. De aankoopprijs zal in beginsel (aanmerkelijk) hoger zijn dan voor bijvoorbeeld warm gelegen grond. Ook zal onder deze omstandigheden al gauw sprake zijn van een grondwaarde die de gemiddelde complexwaarde die ontstaat door toepassing van het egalisatiebeginsel, overtreft.
Overzicht van grondprijsberekeningsmethoden[i]
Taxaties o.g.
Ten Have Advies, geregistreerd als onafhankelijke registertaxateur[iii] , adviseert voor uiteenlopende taxatiedoelen, zoals:
De te taxeren objecten zijn divers van aard, zoals:
[i]Nota grondbeleid (2001), Ministerie van VROM
[ii] In voorkomende gevallen wordt de grondquote als berekeningsmethodiek gehanteerd.
Op 19 december 2001 hebben de VNG, de Neprom, de NVB en de staatssecretaris van VROM aangegeven van mening te zijn dat het rigide gebruik van de grondquote tot negatieve effecten op de kwaliteit van woningen en woonomgeving zou kunnen leiden en daarom bij voorkeur niet meer gehanteerd zou moeten worden. De grondquote wordt nog steeds gehanteerd als berekeningsmethode
[iii] T. ten Have is geregistreerd bij de Stichting VastgoedCert te Rotterdam, registratienummers AOG 320 en BOG 535